PGS 31 - Overige gevaarlijke vloeistoffen: Opslag in onder- en bovengrondse tankinstallaties

25-09-2018

Voor bestaande installaties geldt een overgangsrecht

Om voor de bestaande installaties een installatiecertificaat te verkrijgen, moet de situatie eerst worden geherclassificeerd conform BRL-K903/BRL 7800. Na herclassificatie en eventueel herstellen van de gebreken kan een installatiecertificaat worden afgegeven. Wel moeten we opmerken dat bedrijven de zorgplicht hebben voor een veilige werkomgeving. Het is daarom verstandig om de bestaande situatie te toetsen aan
PGS 31 en bij gebreken maatregelen te treffen.

Voor type B inrichtingen is het Activiteitenbesluit van toepassing. Ook hierbij geldt dat PGS 31 pas van kracht is wanneer deze is aangewezen in het Activiteitenbesluit. We verwachten dat uiterlijk januari 2019 de
PGS norm bekrachtigd zal zijn in het Activiteitenbesluit. Bij opname in het Activiteitenbesluit wordt u zo spoedig mogelijk geïnformeerd.

Lees verder

PGS 31 - Overige gevaarlijke vloeistoffen: Opslag in onder- en bovengrondse tankinstallaties

Installatiecertificaat

Bij bestaande installaties om een installatiecertificaat te verkrijgen. Hierbij moet de situatie eerst worden geherclassificeerd conform BRL-K903/BRL 7800. Na herclassificatie en eventueel herstellen van de gebreken kan een installatiecertificaat worden afgegeven. Wel moeten we opmerken dat bedrijven de zorgplicht hebben voor een veilige werkomgeving. Het is daarom verstandig om de bestaande situatie te toetsen aan
PGS 31 en bij gebreken maatregelen te treffen.

 “Bestaande tankinstallaties kunnen een herclassificatie(intredekeuring) ondergaan conform BRL-K903/BRL SIKB 7800 deelgebied 15 (staal) en deelgebied 16 (kunststof). Na herclassificatie (en het eventueel herstellen van gebreken) wordt een installatiecertificaat afgegeven. Dit geldt voor bestaande tankinstallaties met en zonder installatiecertificaat.” 

De vergunning

De vergunning is bindend voor zowel de vergunninghouder als het bevoegd gezag. Hetgeen in de vergunning staat moet worden nageleefd. De nieuwste versie van de richtlijn heeft geen rechtstreekse werking. Daar is een vergunninghouder niet aan gebonden. Handhaving kan pas plaatsvinden als de herziene versie van de richtlijn in de vergunning is opgenomen.

Een bestaande voorziening of installatie, die is gebouwd of aangelegd conform de toenmalige richtlijn, voldeed destijds aan hetgeen als stand der techniek werd aangemerkt. Het uitkomen van een nieuwe(re) versie van een richtlijn zal op zich niet direct een reden zijn om tot actualisatie van de vergunning over te moeten gaan.

Veilig werken moet binnen een bedrijf als uitgangspunt gelden. Een bedrijf moet daarom voor zichzelf aannemelijk maken dat met toepassing van de oude richtlijn een vergelijkbaar veiligheidsniveau wordt bereikt als met de toepassing van de nieuwe PGS-richtlijn.